Jaap Kottman heeft de RACM-collectie Historisch Glas opgebouwd, bestudeerd en gedocumenteerd. Bijgevoegd is een lijst van publicaties van zijn hand. De hier getoonde deelcollectie bevat een selectie van het totale scala aan vormvariaties van het in Nederland gevonden glas uit de late middeleeuwen tot het begin van de 20ste eeuw. Het betreft glasvondsten uit de steden Nijmegen, Deventer, Tiel en Dordrecht, die eerder gepubliceerd zijn in het standaardwerk Steden in Scherven (Bartels et al. 1999).

De eerste manier is gebaseerd op facet-technologie en werkt prettig voor gebruikers die de betekenis van de termen kennen, in dit geval de mensen die vaker met archeologisch glas te maken hebben. Voor de niet-specialisten levert de tweede manier wellicht sneller resultaat.
Gebruikerstests zullen moeten uitwijzen of deze veronderstellingen juist zijn.
De collectie historisch glas is beschreven volgens het 'Deventer Systeem'. Dit is een registratiesysteem voor archeologische vondsten van ceramiek en glas vanaf de middeleeuwen tot het recente verleden. In grote lijnen komt het er op neer dat de typerende vondsten (voor een periode en stedelijke regio) eenduidig worden beschreven en afgebeeld in een reeks van publicaties en sinds een aantal jaren in een database. De op deze wijze opgebouwde collectie kan door andere onderzoekers (in andere regio's) gebruikt worden om het door hun gevonden materiaal te typeren. Zij gebruiken de beschrijvingen en afbeeldingen van het Deventer Systeem als referentiecollectie. Wanneer er een afwijkend type wordt gevonden dan kan worden besloten om een nieuw type te definiëren. Een groep van redacteuren garandeert de kwaliteit van de database.
Het Deventer Systeem is zeer succesvol gebleken als instrument voor het beschrijven van vondsten. Vele gemeentelijke archeologen in binnen en buitenland gebruiken de systematiek. Voor de stadsarcheoloog lijkt het probleem van een eenduidige naamgeving opgelost. Het belang hiervan, zeker ook voor toekomstige onderzoekers, kan niet licht overschat worden.
Het Deventer Systeem is een heel praktisch opgezet instrument, en dat verklaart ook het succes. Er zijn echter ook bezwaren tegen het systeem geopperd. De indeling in typen is gebaseerd opin de tijd veranderende vorm- en techniekvariaties. De reden waarom een type als zodanig is beschreven blijft vaak impliciet en daarom voor anderen moeilijk te doorgronden. Het Deventer Systeem wordt lineair opgebouwd. Nieuwe typen worden achteraan bijgeplaatst. Het systeem kent daarom een lange lijst met typen die nog steeds groeit, zonder dat er een beredeneerde typologie uit voort lijkt te komen.
Het Deventer Systeem heeft model gestaan bij het denken over de opzet van de Nationale Referentiecollectie (Bartels en Van Heeringen 1997). In die tijd werd nog vooral gedacht aan de fysieke opbouw van een collectie die voor ieder toegankelijk en te bestuderen zou zijn. In het hier gepresenteerde prototype gaan we vooralsnog uit van een digitale referentiecollectie. De NRc verwijst naar de verblijfplaats van de fysieke voorwerpen, maar biedt informatie en kennis vooral digitaal aan. Uit de haalbaarheidsstudie van 2003 blijkt dat de de meeste ondervraagden wensen dat, naast de ontwikkeling van de elektronische NRc, de inrichting van een onderzoek- en studiecentrum van materialen een hoge prioriteit zou moeten krijgen. De NRc zal ieder intiatief in die richting actief steunen.

Voor informatie over het Deventer Systeem:
Dhr. dr. H. Clevis
Lijnbaan 103
8011 AP Zwolle
038 - 421 22 99
e-mail: archeologie.spa@wxs.nl