In 1834 gebouwd door de joodse koopman Abraham Markus. Het huis is ingericht als joodse slagerij rond die tijd.
Toen de stichting dit huis aankocht, stond er op de gevelsteen "Het Huis Markus 1834". Maar de letters "Markus" bleken van stopverf gemaakt te zijn; eronder stond in schrijfletters "A. Markus".
Abraham Markus was in 1789 in Amsterdam geboren als zoon van de koopman Marcus Marcus, overleden te Dordrecht en Goldje Manuel, overleden te Amersfoort. In 1811 trouwde hij met Soedje Mozes, die in 1787 in Den Haag geboren was. Wanneer het echtpaar precies naar het Noorden vertrok weten we niet, maar in 1813 bevinden ze zich in Bedum waar hun zoon Emaneul geboren wordt. In 1819 wordt in Leeuwarden aangifte gedaan van de geboorte van hun zoon Mozes en volgens deze acte is Abraham Markus dan "koopman woonende te Oldenzaal, thans gelogeerd te Leeuwarden met echtgenote Soedje Mozes."
In 1823 wordt hun dochter Fogeltje geboren in Warffum en in 1826 wordt weer een zoon geboren te Groningen. In 1830 komt hij het huis in Warffum, dat hij later van een gevelsteen zal laten voorxzien. Of hij er zelf ging wonen of het huis verhuurde, weten we niet.
Over een lange periode, 27 jaar, bezitten we geen gegevens over de familie Markus. Maar op 18 februari 1857 moet Abraham Markus verschijnen voor het kantongerecht te Zuidhorn. De rijksveldwachter D. Smit heeft Markus aangetroffen "...den 7e oktober 1856 in des zelfs schip des tijds liggende op de Leek, dienende voor winkel voor handen zijn gevonden een ijzeren en een koperen gewigt, welke met den herijk van het jaar 1856 niet waren voorzien." Van Markus verweer wordt genoteerd: "... dat beklaagde heeft aangemerkt, dat zijn zoon de gewigten had ingekocht." Dat verklaart alle verschillende verblijfplaatsen: Abraham had een schip, mogelijk zijn vader ook al en in ieder geval later twee van zijn zoons ook. Emanuel en Markus worden in het bevolkingsregister van respectievelijk Groningen en Warffum genoemd als schipper, wonende aan boord.
Waarschijnlijk handelde Abraham Markus tweedehands kleding of huisraad, want wanneer hij in 1858 naar Groningen verhuist, waar hij een woning en later een "Droog en Werkschuur" koopt, noemt hij zich in de akte uitdrager. De gewichten werden waarschijnlijk gebruikt bij de inkoop van lompen of metalen. Hij woont dan in Groningen op hoek van de Folkingestraat en het Zuiderdiep. De Folkingestraat en omgeving was tot de Tweede Wereldoorlog een overwegend joodse buurt. Hier waren koosjere slagers, bakkers en melkboeren en allerlei andere bedrijfjes gevestigd.