standards:
xhtml  css

Landbouwonderwijs in Noord-Groningen

Van praktijk naar theorie

Tot de vroege 19e eeuw ging de kennis van het boeren over van vader op zoon. De praktijk wees uit wat goed zaaigoed was, op welk land de gewassen het beste gedijden en wanneer kon worden geoogst. Een echte opleiding was niet noodzakelijk: de praktijk was de beste leerschool.

Vanaf de 18e eeuw begon dit te veranderen: de landbouw werd gerationaliseerd. Onder invloed van De Verlichting vertrouwde men minder op toevalligheden en baseerde zich steeds meer op natuurlijke wetmatigheden. Het toenemende inzicht leidde tot nieuwe gereedschappen en methoden en stelde steeds hogere eisen aan de kennis en de opleiding van boeren.

De theorievorming en de ontwikkeling van het onderwijs verliep ruwweg in een drietal fasen:

  • particulier initiatief tot het verzamelen en uitwisselen van kennis;
  • introductie van landhuishoudkundige lesprogrammas op bestaande instellingen van onderwijs;
  • het ontstaan van aparte landhuishoudkundige scholen.

Particulier initiatief (1795-1815)

Vanaf het begin van de 19e eeuw ontwikkelde het agrarisch bedrijf zich in een hoog tempo. In Noord-Groningen schakelden veel boeren over van veeteelt op akkerbouw, omdat het laatste meer voordelen leek te bieden. Tal van technische vernieuwingen, veelal afkomstig uit Engeland, Duitsland en Amerika, bespaarden werk en zorgden voor een verhoging van de opbrengst.

In Noord-Groningen werd al op een vroeg moment gestart met landbouwonderwijs. In 1795 bouwde Marten Ædges Teenstra op het Ruigezand bij Lauwerzijl modelboerderijen voor zijn beide zoons. Dominee J.A. Uilkens uit Eenrum, startte aan het begin van de 19e eeuw met het geven van landbouwlessen aan boerenzonen.

Landhuishoudkunde op bestaande onderwijsinstellingen (1815-1842)

Met de toenemende toepassing van technische hulpmiddelen, nam de behoefte aan kennis en wetenschap verder toe. In 1815 werd aan de Groningse Hogeschool het vak landhuishoudkunde geïntroduceerd. Van 1815 tot 1825 is dr. J.A. Uilkens hier hoogleraar. Hij werd opgevolgd door dr. H.C. van Hall.

Het vak landhuishoudkunde was aanvankelijk bedoeld voor studenten theologie die, naast hun inkomen als predikant in staat moesten zijn de pastorielanden te beheren en te bebouwen. Bovendien vond men het wenselijk dat zij zich konden inleven in het werk van hun kerkgangers.

Landhuishoudkundige scholen (1842-1875)

Het boeren ontwikkelde zich tot een professie. In 1842 werd in Haren de Landhuishoudkundige School gesticht. Eerste directeur is dr. H.C. van Hall.

In 1893 werd in Haren de Rijkslandbouwwinterschool opgericht. In 1912 kwam in Groningen de eerste middelbare landbouwschool van Nederland tot stand. Later werd dit een Hogere Landbouwschool en uiteindelijk de Agrarische Hogeschool, die nu gevestigd is in Leeuwarden.

Vier vakgebieden waren op de landbouwscholen van essentieel belang: geologie, natuurwetenschappen, plantkunde en dierkunde.

Landbouwonderwijs in Warffum

In 1870 start in Warffum een gemeentelijke landbouwschool, gevestigd bij de bestaande  HBS. Op initiatief van de inspecteur voor het middelbaar onderwijs werd deze school in 1875 gesloten. Vervolgens werd in Wageningen een Rijkslandbouwschool gesticht, die zou uitgroeien tot de huidige universiteit.