Om in het onderhoud te kunnen voorzien moest men vaak meerdere baantjes met elkaar combineren. De timmerman was tevens meubelmaker, de lantaarnopsteker bracht de post rond en de veehandelaar had er een slagerijtje bij. Het kwam ook voor dat de kruidenier er een herberg naast had, ook nog wat melk ventte (hiervoor had hij zelfs een paar koeien bij huis) en tevens de barbier van het dorp was. In Warffum hield zelfs de vroedvrouw er een kruidenierszaakje op na.

Op het museumterrein is in het café Bie Koboa goed te zien hoe die verschillende werkzaamheden naast elkaar werden uitgevoerd: de winkel en het café worden slechts door een deur gescheiden. De kruidenierswinkeltjes waren over het algemeen klein en vaak waren er meerdere in één dorp. De meeste produkten, zoals koffie, thee, reuzel, suiker en bloem, werden onverpakt aangeboden.