standards:
xhtml  css

De School

Kerk en school

Het is niet verwonderlijk dat de kosterij, die op het terrein van het museum staat, op een steenworp afstand van de kerk ligt. De koster had van oudsher, en dan spreken we van de 17e eeuw tot ver in de 19e eeuw, meerder kerkelijke functies. Hij was in veel gevallen voorzanger voor het kerkvolk dat niet of nauwelijks kon lezen. Hij zong het volk voor, zodat men wist hoe de psalmen gezongen moesten worden. Meestal was hij ook klokkenluider van de kerk.

Het bijzondere was dat de kosters ook school hielden. Niet dat zij daar enige opleiding voor hadden genoten, want het ging er de predikanten tenslotte vooral om dat de kinderen de bijbel konden lezen en dat kon een minder geletterde persoon naar hun idee de kinderen ook wel bijbrengen.

In de huidige keuken van de Kosterij was vroeger de schoolklas. Op lange banken zaten kinderen van verschillende leeftijd hardop de letters te spellen uit de zogenaamde Haneboekjes. Deze boekjes werden genoemd naar de haan voor op het kaft.

De onderwijzers

Rond 1900 was de tijd voorbij dat de kosters aan de kinderen les gaf. De Maatschappij tot het Nut van het Algemeen had eind 18e eeuw het voortouw genomen om op speciale kweekscholen het vak van onderwijzer tot een echt beroep te maken. Tegelijk werd de mogelijkheid geschapen om buiten de gewone schooltijden op zogenaamde normaalscholen de opleiding voor onderwijzer te volgen. Op deze manier kwamen er goed opgeleide onderwijzers en binnen een decennium ook veel onderwijzeressen voor de klas.

Het beroep van onderwijzer was bij uitstek een beroep om maatschappelijk te kunnen stijgen. Waren de eerste onderwijzers voornamelijk uit de hogere maatschappelijke lagen afkomstig, al gauw kwamen de schoolmeesters uit de middenstand.

Veel schoolmeesters droegen hun kennis niet alleen op school uit, maar waren daarnaast ook  maatschappelijk actief waren. In Groningen zijn meerdere voorbeelden van onderwijzers die zich op verschillende terreinen zeer verdienstelijk hebben gemaakt. Drie bekende namen op onderwijskundig gebied zijn die van Westers, Rijkens en Brugsma. Hendrik Westers (1752-1821) en R.G.Rijkens (1795-1855), beiden afkomstig uit Garmerwolde, hebben verscheidene schoolboekjes op hun naam staan, terwijl Berend Brugsma als eerste in Nederland schoolplaten ontwierp om het leren voor kinderen aanschouwelijker te maken. Het eerste Groninger woordenboek is eveneens van de hand van een schoolmeester: de Warffumer Helmer Molema (1820-1897).

De betrokkenheid van de onderwijzers bij het dorpsleven blijkt onder meer uit hun steun aan de plaatselijke werkliedenvereniging. Zo speelde de Garsthuizer schoolmeester Beishuizen  een actieve rol in de fusie van een aantal werkliedenverenigingen tot de Noorderbond (1898-1909). In deze  vereniging ging het de leden nog niet zozeer om politieke verlangens, maar om verbetering van voorzieningen zoals een goed fonds bij ziekte.

Nieuwe lesmethodes: de schoolplaten

In de schoolklas zijn de nieuwe lesmethodes uit de jaren 20 van de vorige eeuw te zien: schoolplaten hangen aan de muur en de leesplankjes van Hoogeveen liggen op de bankjes. De voor kinderen aantrekkelijke lees- en leerboekjes zijn door de grote onderwijsvernieuwer Ligthart (1895-1916) en Scheepstra geschreven. Met die boekjes werd de kinderen de kennis bijgebracht die bij hun leeftijd paste. De boekjes voor de jongste kinderen hadden betrekking op hun huiselijke omgeving: Nog bij moeder thuis, in een volgende serie, Buurkinderen werd de buurt erbij betrokken, vervolgens werd hen kennis bijgebracht over Nederland in Dichtbij huis en tot slot werd hen verteld over de wijde wereld in De wereld in. Ligthart bedacht eveneens de onderwijscyclus Het volle leven, die door de schoolplaten van Jetses zo beroemd is gebleven.

Met de methode van het aanschouwelijk onderwijs was de aanzet gegeven tot de grote productie van schoolplaten. Bij de platen werden boekjes voor de onderwijzer geleverd, die daaruit mooie verhalen kon vertellen. De Groningse uitgeverij Wolters was een van de grootste uitgevers van schoolplaten. Beroemd zijn de door Isings getekende historieplaten, waarin de vaderlandse helden een centrale rol speelden.