Jan Frydes (Friedes) Lameris werd in 1777 geboren in Obergum (een deel van het tweelingdorp Obergum en Winsum). Zijn vader was daar uurwerkmaker. Hij zelf werd grossier/uurwerk- en speelwerkmaker in Grijpskerk waar hij in 1837 overleed. Grossier betekent dat hij ook klokken verkocht die door anderen waren gemaakt.
Dit staand horloge heeft op de wijzerplaat in diepdruk: Jan Friedes Lameris Grijpskerk. Er is van hem ook een staand horloge bekend dat in handschrift is gesigneerd met de toevoeging van het jaartal 1835. Het is dus niet zeker of deze klok door hemzelf gemaakt is, gezien de wat onpersoonlijke wijze van signeren.
Het staand horloge is eind 17e eeuw door Engelse klokkenmakers in Nederland geïntroduceerd. Oorspronkelijk was dit type sober en strak van model. In Nederlandse handen en onder invloed van de rococo veranderde er van alles aan het mechaniek en aan de kast. De klokken konden voorzien zijn van datumaanduiding, ze konden de standen van de maan aangeven en ze konden een wekkerfunctie hebben. Sommige klokken waren voorzien van een speelrol en konden wel 12 verschillende aria's ten gehore brengen. De kast werd verfraaid met inlegwerk met de mooiste en duurste houtsoorten en rechte lijnen werden natuurlijk zoveel mogelijk vermeden.
Deze klok behoort tot het type zoals dat in Friesland en Groningen gemaakt werd tegen het einde van de 18e eeuw toen de stijl weer soberder werd onder invloed van de Lodewijk XVI stijl. Ook het mechaniek is sober. Het is in feite een staand horloge op basis van een staartklok. De klok moet iedere dag opgetrokken worden, terwijl een echt staand horloge een achtdaags uurwerk heeft.
Dat was toen ook al ouderwets en er mede de oorzaak van dat de ambachtelijke klokkenmakerij in Nederland in verval raakte. In de 2e helft van de 19e eeuw werden in Duitsland goedkope klokken in serieproductie gemaakt mèt een achtdaags uurwerk.