standards:
xhtml  css

Het verlies van België

Bij de Schoolwet van 1857 werden natuurlijke historie, aardrijkskunde en geschiedenis toegevoegd als basisvakken voor de lagere school. Maar al veel eerder werden ze op vele scholen daadwerkelijk gegeven. Sinds de eerste Schoolwet van 1801 was er namelijk al veel veranderd. Onderwijs was niet langer een zaak van de kerk, hoewel de combinatie schoolmeester, koster en organist nog lang bleef bestaan. Na 1801 kon niet iedereen zo maar voor de klas staan: onderwijzers dienden een opleiding te hebben gehad. Ook de lesmethode was veranderd: niet langer alleen abstracte theorie, maar een grotere aanschouwelijkheid voor de kinderen. Het klassikaal onderwijs ontstond en daar hoorde ook lesmateriaal bij zoals boeken en wandplaten. Veel lesmateriaal werd verkregen door het uitschrijven van prijsvragen onder onderwijzers.

In 1817 loofde de Commissie van Onderwijs in Groningen een gouden medaille uit voor het meest geschikte Geschied- en Aardrijkskundig schoolboek voor de laagste klassen. De tweede prijs, een zilverenmedaille plus een fraai bewerkte zilveren tabaksdoos, werd gewonnen door J.G. Rijkens, schoolmeester te Wehe. Deze Jan Gerrits Rijkens (1784-1862 ) was de zoon van de schoolmeester te Garmerwolde en werd als dertienjarige al aangesteld als tijdelijk organist en hulp van de schoolmeester te Delfzijl. Na in verschillende plaatsen als schoolmeester/organist dienst te hebben gedaan, werd hij in 1802 schoolmeester/koster in Wehe, waar hij tot 1857 voor de klas stond.

In 1829 maakt hij deze wereldkaart, die zo werd gewaardeerd, dat hij werd ingezonden voor een tentoonstelling van voorwerpen van kunst en kunstnijverheid in Brussel in 1830. Als gevolg van de Belgische opstand keerde de kaart pas in 1836 terug naar Wehe. De kaart is alleen in werelddelen en niet in landen ingedeeld, zodat de kaart ook na het verlies van België nog actueel bleef.