De kerk is in het tweede kwart van de dertiende eeuw gebouwd. Blijkens een gedenksteen in de oorspronkelijke westmuur werd in 1653 een toegang in het westen gemaakt. De huidige vensters zijn zeventiende-eeuws, waarschijnlijk uit hetzelfde jaar. De kerk is in 1880 uitwendig gepleisterd.
De toren is in 1656 gebouwd; een gedenksteen in de westgevel herinnert er aan. In de toren staat een zeventiende-eeuws uurwerk.
Bij een herstelling en smakeloze herinrichting in 1965 is het interieur ernstig aangetast. Er zijn enige onderdelen van het achttiende-eeuwse meubilair met snijwerk van Casper Struiwig gespaard. Ook het wapen-Tjarda van Starkenborgh boven de noorddeur, oorspronkelijk wellicht een opzetstuk op een herenbank, is door Struiwig gesneden. De preekstoel is bij de restauratie van 1985-1986 uit de bewaard gebleven panelen gereconstrueerd. In de zuidwand bevindt zich een monumentje ter gedachtenis van Jan van Julsingha, 1857. Onder het koor bevindt zich de grafkelder voor de familie Tjarda van Starkenborgh. In 1985 beschilderden Wout Muller en Matthijs Röling het houten gewelf.