Fivelingo dan wel Fivelgo vormde in de vroege Middeleeuwen een van de landschappen of gouwen van de Friese landen. Tijdens de Republiek der Verenigde Nederlanden was het een van de kwartieren waarin de Groninger Ommelanden waren onderverdeeld. De streek heet naar de voormalige, want dichtgeslibde, rivier de Fivel. Dit Groninger zeekleigebied ontstond in de laatste 10.000 jaar, het Holoceen.
Gedurende de laatste fase van de ijstijden veranderde de uitgestrekte vlakte tussen Engeland en Nederland in een zee. Dit kwam door het stijgen van de zeespiegel als gevolg van het afsmelten van reusachtige hoeveelheden landijs. Daarnaast daalde ook de bodem geleidelijk. Iets ten noorden van de huidige waddeneilanden ontstond vervolgens een aaneengesloten duinenrij. Deze barrière belemmerde een goede afwatering van de achterliggende hoger gelegen zandgronden, wat tussen de kust en de duinenrij een uitgestrekt veengebied deed ontstaan. Op sommige plaatsen waren er doorbraken, waardoor het veen gedeeltelijk met klei werd bedekt.
De zeespiegel bleef stijgen, zodat door het binnenstromende water een deel van het veen wegspoelde en er een waddenzee ontstond. Daarin werden grote hoeveelheden klei en wadzand afgezet. Sommige plaatsen slibden door de zee zo hoog op en overstroomden daardoor nog maar zelden: dit waren de kwelders. Het kweldergebied werd doorsneden door de rivieren de Eems, de Fivel en de Hunze.
Niet overal waren de kwelders even hoog. Langs de oevers van de riviermonden ontstonden kwelderwallen. In het zeekleigebied waar deze tocht doorheen leidt, kunnen twee landschapstypen worden onderscheiden: het wierden- en het dijkenlandschap. In het wierdenlandschap vond vanaf de 6e eeuw voor Christus de eerste bewoning plaats op de hoog opgeslibde kwelderwallen langs de kusten van de vroegere Fivelboezem en op de oeverwallen van kreken en prielen. Op de hoger gelegen kwelderwallen treffen we de oudste wierden aan.
Hoewel de oude kustlijnen niet meer in het reliëf herkenbaar zijn, 7 zijn ze wel zichtbaar door de reeksen wierden die ermee samenhangen. Aan de westzijde van de Fivelboezem ligt de reeks Usquert - Kantens - Middelstum - Crangeweer - Lellens. Aan de oostzijde ligt de wierdenreeks Ten Post - Loppersum - Leermens - Godlinze - Spijk. De oudste wierden hebben een radiair patroon, een wagenwielverkaveling, van boerderijen en huizen rondom het centrum van de wierden. Jongere wierden hebben een meer rechthoekig stratenpatroon.
Het wierdenlandschap is een van de oudste, doorlopend bewoonde delen van Groningen. Dit blijkt uit de vele archeologische vondsten, zoals aardewerk, benen voorwerpen, Romeinsemunten en middeleeuwse mantelspelden en sleutels. Veel middeleeuwse kerken liggen op de wierden. Op de lichte, zavelige klei overheerst akkerbouw en op de zware knipklei de veeteelt. Het grillige krekenpatroon kan nu nog steeds in het landschap worden herkend aan de vele bochtige maren.