De Vier Winden in Pieterburen is een achtkantige Koren- en pelmolen uit 1846. De molen is gebouwd op een eerdere molen die afgebrand is. Op de molen worden sinds 1994 nieuwe molenaars opgeleid.
In Pieterburen is in 1997 het speltproject van start gegaan. Dit beoogt de oude, zeer gezonde spelttarwe (Triticum spelta) weer onder de aandacht te brengen vanwege de goede meelkwaliteit en de gunstige smaak-, voedings- en bakeigenschappen. Het graan wordt in Pieterburen en omgeving verbouwd. Boer, molenaar, bakker, distilleerder en stoffeerder werken samen in de ambachtelijke productie van graan, meel, brood, jenever en kussens (gevuld met doppen) uitgaande van milieubewust verbouwde spelt. Het project wil de totale productieketen van streekeigen producten zichtbaar maken: het verbouwen, verwerken, bewerken van het graan en het verkopen van speltproducten. Deze zijn te koop in Pieterburen en omstreken. Molen 'Joeswert' te Feerwerd is de productiemolen van het project met als professioneel molenaar Rolf Wassens.
'De Vier Winden' is een achtkantige koren- en pelmolen. Dat wil zeggen dat er graan tot meel kan worden gemalen en bijvoorbeeld gerst tot gort gepeld. Pellen is gerst, spelt en rijst van de buitenste dop ontdoen. Vroeger at men heel veel gort. Het wordt nu onder andere nog in pap (gortpap) en krentjebrij verwerkt. Het afval en de doppen werden destijds als veevoer verkocht. Gort kun je redelijk lang bewaren en daarom werd het op zeilschepen als proviand meegenomen. Om die reden was het één van de eerste Nederlandse exportproducten naar bijvoorbeeld Engeland.
Alle werktuigen in deze molen werken op windkracht: er is dus geen motor aanwezig. De molenaar moet daarom altijd eerst de molen op de wind zetten. Dit heet kruien. De kap van de molen kan draaien en glijdt over een houten ring, die met schapenvet wordt ingesmeerd. Door middel van een lier onderaan de staart wordt de kap met de wieken op de wind gezet. Daarna schat de molenaar de kracht van de wind in en legt naar behoefte de zeilen voor. Met de zeilen wordt de snelheid van de molen geregeld. Als het weinig waait gebruikt de molenaar volle zeilen, bij meer wind worden de zeilen gezwicht (opgerold) tot bijvoorbeeld halve zeilen. Dan licht hij de vang (de rem) door aan een hefboom, die achter uit de kap steekt, te trekken en vervolgens gaat de molen draaien. De wieken zijn bevestigd aan een liggende as met een groot wiel binnenin de kap van de molen. Dit grote wiel, het bovenwiel, drijft een kleiner wiel aan, de bonkelaar. Deze bonkelaar zit vast aan de bovenkant van een zware verticale spil, de koningspil, die precies in het midden van de molen staat. Aan de onderzijde van deze koningspil is het spoorwiel bevestigd, dat een kleiner wiel bovenaan de steenspil aandrijft. Deze laatste spil zorgt ervoor dat de bovenste maalsteen, de loper, snel gaat draaien. De onderste maalsteen, de ligger, ligt stil.
Om meel te maken gooit de molenaar graan in de romp (de houten trechter) boven de stenen, dat via de schuddebak (of schoe) tussen de maalstenen valt. De fijnheid van het meel kan hij regelen door de afstand van de loper tot de ligger met een houten hefboomstelsel, de licht, te veranderen. Op de stellingzolder wordt het meel opgevangen in een zak die aan haakjes onder de meelgoot hangt. Tijdens het malen moet de molenaar zowel het weer als de kwaliteit van het meel goed in de gaten houden. Hij staat dan ook meestal op de stellingzolder bij de meelgoot met het lichttouw in de ene hand, terwijl hij met de andere hand zo nu en dan het meel voelt.
De molen is uitgerust met een koppel maalstenen voor het malen. Om die stenen te kunnen scherpen ('billen' zegt de molenaar) moet de bovenste steen worden opgehesen en gekeerd. Daartoe is een zware steenkraan aangebracht. Voor het pellen van gort is de molen voorzien van twee pelstenen, jacobsladders (elevatoren) en een gortzeef. De zakken met graan worden naar boven getransporteerd met een luiwerk. Dat is een takel op windkracht, die boven in de molen is aangebracht. Om de zakken met meel weer naar beneden te krijgen wordt gebruik gemaakt van een afschietblok. Dit is een houten takelblok met een aantal schijven waar een lang touw door loopt. Op de eerste zolder staat een koekenbreker (brokkelmolen) opgesteld. Hiermee werden vroeger de grote lijnzaadkoeken, die oorspronkelijk door oliemolens werden geperst, tot brokjes voor het vee vermalen.
Eerder had de molen op de steenzolder waarschijnlijk een tweede koppel maalstenen en was er op de eerste zolder ook nog een waaierij aanwezig. Die laatste is wegens de slechte staat waarin hij verkeerde tijdens de restauratie omstreeks 1981 verwijderd. De eerste zolder was verdeeld in open hokken voor de opslag van diverse producten. Er was later ook een gortpletter aanwezig om gort te mouten (pletten). Gemoute gort is eerder gaar. Op de luizolder stond tijdens de Tweede Wereldoorlog een oliemolen. Daarmee werd olie uit koolzaad en lijnzaad geperst. Omdat vroeger veel producten met paard en wagen werden aangevoerd, is de molen voorzien van twee paar deuren. Achteruitlopen met een zware wagen is voor een paard erg moeilijk en voor keren was geen ruimte. Beide deuren stonden open als het paard met de wagen de molen inliep. Om te voorkomen dat het paard vervolgens de molen weer uitliep (paarden zijn meestal bang voor molens), werden de uitgangsdeuren voor het paard gesloten. Dan werden de zakken met behulp van het luiwerk omhooggehesen. Was de kar leeg, dan werden de deuren voor het paard weer geopend en kon het de molen weer verlaten.
De Vier Winden is gebouwd in 1846 nadat een rietgedekte molen (waarschijnlijk uit 1826) op 22 maart van dat jaar was afgebrand. In de molen bevindt zich een plankje waarop staat: 'Eerste graan gemalen op 5 september 1846'. Reeds voor 1628 stond op deze plaats al een molen. Dat was een geheel houten standerd-roggemolen. De hoogte (de molenberg) waarop deze molen stond is nog duidelijk te herkennen. In de provincie Groningen staan nog steeds standerdmolens, namelijk in Ter Haar en Bourtange.
De oude hoofdingang van de molen bevindt zich aan de kant van het haventje, waar vroeger veel van de producten werden aan- en afgevoerd. Rondom de molen stonden toen nog huizen en een café. De molen werd, waarschijnlijk aan het begin van de vorige eeuw, voorzien van 'zelfzwichting' op twee wieken, in plaats van zeilen. Dat is een klepsysteem, vergelijkbaar met 'luxaflex'. Het grote voordeel is dat de molenaar de kleppen open en dicht kan trekken bij draaiende molen en daarmee de snelheid regelen. Toen in 1933 een roe (een roe bestaat uit twee wieken) door de askop schoot en rechtop naast het molenaarshuis in de grond bleef staan, besloot molenaar L. Steenhuis dat de molen bij het herstel, waarbij ook de andere roede zou worden vervangen, geheel zou worden uitgerust met zelfzwichting en met het systeem Dekker. Dat hield in dat de neus van de wieken van een soort stroomlijn, zoals bij een vliegtuigvleugel, werd voorzien. Dat leverde veel meer rendement en was dus belangrijk in de concurrentiestrijd met de motormaalderijen. Bij restauratie van de molen in 1971-1973 werden zowel de zelfzwichting als het systeem Dekker weer verwijderd en vervangen door Oudhollands hekwerk. Dat was namelijk veel goedkoper. Het oude muldershuis uit 1734, dat naast de molen stond, is ondanks de bescherming van de Monumentenwet in de jaren '60 van de vorige eeuw door de toenmalige eigenaar afgebroken. De stenen zijn opnieuw gebruikt in het tegenwoordige huis naast de molen aan de Oosterweg.
Links naast de oprit van de molen stond vroeger een huisje waar de beambte woonde die toezicht moest houden op de inning van de 'belasting op het gemaal'. In Groningen werden deze beambten 'sarries' genoemd, hun vrouw 'sarrieske' en het huisje 'sarrieshut'. De sarries controleerde de aan- en afgevoerde hoeveelheden graan en meel en had de sleutel van de molen. Hij opende de molen bij zonsopgang en sloot hem weer bij zonsondergang. De naam sarries is waarschijnlijk een verbastering van het oudfranse woord 'chercher'. In 1628 had de franse stadhouder geld nodig voor de oorlog tegen Spanje en verhoogde daarom de belasting op rogge en tarwe voor menselijke consumptie. Gerst eigent zich niet zo goed voor het bakken van brood, rogge en tarwe wel. Om te voorkomen dat mensen graan als veevoer (dat lager belast was) zouden laten malen om het vervolgens zelf op te eten, mengde de sarries met een grote houten lepel een pond fijn zand door dat meel. Het was dan oneetbaar voor mensen geworden. Toch aten arme mensen dit meel noodgedwongen. U zult begrijpen dat de sarries niet erg geliefd was. Hij werd daarom door de provinciale overheid beschermd. Op zijn huisje werd een gevelsteen aangebracht met daarop een afbeelding van het provinciewapen en de tekst 'sauvegarde' (veilig onderkomen). Op overtreding van de belastingregels of lastigvallen van de sarries stonden in die tijd zeer strenge straffen zoals hoge boeten, geseling en verbanning. In 1855 werd de gehate belasting op het gemaal definitief afgeschafd. De sarrieshut in Pieterburen was waarschijnlijk ook in gebruik als tolhuis. De sarrieshut werd in de zestiger jaren van de vorige eeuw afgebroken.
Achtereenvolgende molenaars/eigenaars van de molen waren in 1825 Hendrik Willems van der Molen, na diens overlijden zijn weduwe. In 1872 J.Kampstra, later Dijkinga. In 1876 Frederik J. Schuurman en vanaf 1905 Evert van den Berg, die als beurtschipper was begonnen en na verkoop van de molen boer werd.Van 1925 tot 1961 was Luitje Steenhuis molenaar, die de molen verkocht aan Maarten Vos. Vos was molenaar tot 1967. Omdat het steeds moeilijker werd om met de molen een goede boterham te verdienen, besloot hij de molen te verkopen aan de hoogste bieder.
'De Vier Winden' stond 'te koop' , 'for sale' en 'ā vendre'. Dat ging de Commissie Dorpsbelangen te ver. Ze wist deze verkoop (en afbraak) te voorkomen met een ministrieel verbod op afbraak. In 1967 kocht de toenmalige gemeente Eenrum de molen voor fl 15.000. De molen werd gerestaureerd tussen 1971 en 1973. Van 1981 tot 1986 was de Stichting Groninger Molenvrienden eigenaar, die de molen eveneens liet restaureren. Sinds die tijd zijn er verschillende vrijwillig molenaars op de molen actief. De molen is nu eigendom van de Stichting De Groninger Molen.

Bezoek de molen!
De molen draait vaak op zon- en feestdagen, op Nationale Molendag en tijdens het Groninger Molenweekend. U bent van harte welkom!
Opleiding
Op de molen De Vier Winden te Pieterburen worden sinds 1994 nieuwe vrijwillig molenaars opgeleid door vrijwillig molenaar en instructeur D.J. Tinga.
Voor afspraken en informatie:
Stichting De Groninger Molen
Lopende diep 8
9712NW Groningen
telefoon 050-3121694
Vrijwillig molenaar/instructeur
Derk Jan Tinga
telefoon 0595-441389
Stichting Spelt
Hanny Hiddema
Hoofdstraat 107
9968 AC Pieterburen
telefoon 0595-528405