Bij de opgraving in 1919 van het grafveld nabij Godlinze werden in een aantal crematiegraven roestbrokken gevonden. Eind jaren negentig is de conservering gereed gekomen en blijkt Godlinze een rijk grafveld te zijn geweest.
Bij een opgraving in 1919 nabij de wierde Godlinze werd in een lage afgevlakte hoogte een vroeg-middeleeuws grafveld aangetroffen met zowel lijkverbranding als lijkbegraving. Er werden 35 urnen, 6 andere brandgraven en 74 meer of minder volledige skeletgraven gevonden. De urnen dateren van de late 7e tot het begin van de 9e eeuw.
![]() |
| Overzicht van de opgraving Godlinze (1919) |
Daarnaast werden in een aantal crematiegraven roestbrokken gevonden. Deze bleken na conservering, eind jaren negentig, te bestaan uit minstens 5 tweesnijdende zwaarden (spatha's), 3 eenzijdige zwaarden (langsaxen), verschillende lanspunten, 3 schildknoppen (umbo,s), 2 paar stijgbeugels en diverse kleine voorwerpen zoals klapmessen, gespen en scharen. Deze voorwerpen dateren alle uit het midden of de tweede helft van de 8e eeuw. Uit geen ander grafveld in het Noord-Nederlandse kustgebied zijn zoveel graven met wapens bekend.
In de vroege middeleeuwen werden de doden in Noord-Nederland deels gecremeerd, deels begraven. Ze werden regelmatig voorzien van bijgaven als gouden munten, sieraden en schatten. Wapens en wapengraven ontbreken vrijwel geheel. In de 8e eeuw veranderde dit. In deze tijd lijfden de Frankische koningen, met Karel de Grote als laatste, het Friese en Saksische gebied langs de zuidelijke Noordzeekust in hun koninkrijk in.
Er is duidelijk een samenhang tussen het grote aantal wapengraven en de Frankische verovering. Mogelijk benadrukten tegenstanders van de Franken, die gekerstend waren, hun afkeer door opvallend martiale en ouderwetse uitvaarten en heidense rituelen als crematie. Crematie was door de kerk streng verboden. In Godlinze zijn 4 crematiegraven met wapens gevonden. Ook valt te denken aan nieuwe, door de Frankische koningen erkende, leiders op dorpsniveau die het nodig vonden hun nieuwe of hernieuwde positie door het meegeven van wapens te benadrukken.
Toen na enige tijd het hele gebied onder Frankische controle kwam, was de positie van de nieuwe elite niet langer omstreden en het uiten van macht door het meegeven van wapens niet langer noodzakelijk. Dit zou het geleidelijk verdwijnen van wapengraven kunnen verklaren. Hoe dan ook, het grote aantal gevonden wapens maakt het grafveld Godlinze tot een belangrijke bron van infomatie over de locale elite in de Karolingische tijd.
(DIt is een uittreksel van een artikel uit 'Stad en Lande' jaargang 7, nummer 3 door dr. Egge Knol, conservator van het Groninger Museum.)