Duivenslagpoorten zijn poorten op een dam, die aan de achterkant van borgen en boerderijen in een rondlopende gracht lag. Bovenop de poort zat, over de gehele lengte, een duivenhok. Ze ontstonden in de 17e en 18e eeuw, maar door de geringe aandacht voor dit stuk plattelands-architectuur zijn ze helaas een uitzondering geworden.
Duivenpoorten ontstonden in de 17e en 18e eeuw, waarschijnlijk eerst bij borgen en later ook bij boerderijen. Op afbeeldingen is goed te zien wat een duivenslagpoort precies is; de gracht om een boerderij liep helemaal rond en om vanaf de achterkant op het erf te komen lag in de gracht een dam. Op deze dam stond een poort met twee grote afsluitbare deuren en een hekwerk tot aan het water van de gracht. Bovenop de poort zat, over de gehele lengte, het duivenhok. De constructie lijkt een goede beveiliging, compleet met afsluitbare poort.
![]() |
| Duivenslagpoort bij Leens |
Duivenhouderij kwam veel voor bij borgen en boerderijen. De scheidslijn tussen adel en boeren is niet scherp aanwezig. Wel lijkt het of de rijke Ommelander boeren zich probeerden te spiegelen aan de adel. Na de Franse tijd kregen ze makkelijker bepaalde rechten in handen, ook het recht om duiven en zwanen te houden.
Een fraai voorbeeld van een houten poort stond voor de borg Scheltkema-Nijenstijn bij Zandeweer. met twee keer 17 invlieggaten en wellicht ook 34 aan de achterkant, was dit een groot exemplaar. Ook de houten duiventil van de borg Verhildersum en de til bij de Menkemaborg, in de oorlog afgebroken en later vervangen door de til van de Tacumaheerd zijn goede voorbeelden.
Op de Menkema zaten de duiven aanvankelijk in de borg zelf, waar op de zolder een hok was afgetimmerd. Daarna verhuisden ze naar een bouwsel in de tuin om halverwege de 20e eeuw helemaal te verdwijnen (tot 1951 werd betaald voor het houden van tachtig paar duiven).Dit lijkt vaker gebeurt te zijn: vanaf de borg ging het naar de tuin of in ieder geval buiten de eerste gracht waar nu nog dergelijke hokken staan.
![]() |
| Duivenslagpoort bij de borg Scheltkema-Nijenstein te Zandeweer, detail van een 17e eeuws schilderij. (Menkemaborg te Uithuizen, bruikleen van het Groninger Museum) |
Het hebben van een fraaie duiventil of poort had zeker te maken met prestige. De achtergrond van de duivenhouderij was echter vooral praktisch: de duif gold als een ware delicatesse. Waarschijnlijk zijn de duiven bijgevoerd maar ze moesten ook hun eigen kostje opscharrelen waardoor ze op het veld vaak voor overlast zorgden.
Vanaf 1807 werd duivenhouderij geregistreerd, eerst landelijk en vanaf 1854 provinciaal. Vanaf 1807 tot 1814 noteerde de 'Intendant voor de jacht' de duivenhouders. Hierna, van 1814 tot 1851, kwam de registratie in handen van de 'Opperhoutvester' die vergunningen verleende voor soms wel 100 tot 200 paar duiven. Van 1854 tot na 1950 zijn gegevens bijgehouden van ruim 200 duivenmelkers waarmee Groningen een duivenprovincie bij uitstek genoemd mag worden.Berekend is dat in Groningen rond 1880 bijna evenveel tillen stonden als in de rest van Nederland: er mochten 24100 paar duiven gehouden worden in 181 tillen. Uit de lijsten blijkt dat de eigenaars vooral boeren waren naast een handvol borgheren en predikanten. Het houden van duiven was naast een liefhebberij namelijk ook een aardige bijverdienste.
Anno 2004 zijn de sporen van duivenhouderij praktisch verdwenen. Nog steeds aanwezig is de poort bij boerderij 'Dingweer' te Lellens, al zijn de ijzeren hekken verdwenen.Ook de poort van de boerderij 'Boelsemaheerd' te Hemert is bewaard gebleven en kreeg een plaats bij de museumboerderij 'Welgelegen' te Leens.
Bij haast alle overgebleven Groninger borgen staat wel een duivenverblijf maar bij grote boerderijen is dit een uitzondering geworden. De Groninger duivenslagpoort is een uniek bouwwerk maar van de drie overgebleven poorten is slechts een bewoond en geen enkele poort kan meer afgesloten worden. Helaas is er te weing aandacht geweest voor dit stuk plattelands- architectuur.
(dit is een uittreksel van een artikel in 'Stad en Lande', jaargang 12 nummer 2 door Tonko Ufkes, historicus en duivenhouder. )
