Het gebied waar de rivier de Fivel stroomde heet de Fivelboezem. De Fivel ontsprong in de hoogveenmoerassen rond Hoogezand en Kolham als traag kabbelende veenriviertjes.
Het water ging via de Slochter Ae en de Scharmer Ae naar de kust. Bij de zee hadden eb en vloed invloed op het stroomgebied van de Fivel, waardoor slingerende bochten (meanders) ontstonden. Bij Loppersum was de rivierbedding 70 meter breed, bij Westeremden 100 meter. Van verschillende kanten kwamen zijstromen die het rivierdal steeds breder maakten.
De Fivel betekend vermoedelijk de bruisende of de geweldige. De rivier gaf zijn naam aan het district Fivelgo of Fivelingo, ofwel het gouw waar de Fivel woonde. Dit gebied was het uitgestrekte gebied rond de fivelstroom, dat zich uitstrekte vanaf de Eemsmonding tot in de Veenkoloniën.
In latere eeuwen was niet meer altijd even duidelijk waar de Fivel had gestroomd. Kleiafzettingen van de zee maakten de oorspronkelijke loop onzichtbaar. Toch hebben enkelen geprobeerd de vroegere loop te traceren, zoals bijvoorbeeld de onderwijzer Hinrik Pieter Steenhuis. Ook viel een slimmerik op dat in het gebied tussen Uithuizen en Leermens helemaal geen wierden lagen, terwijl er rondom heen een krans van die heuvels te vinden was. In dat gebied had zich waarschijnlijk de stroom bevonden.