standards:
xhtml  css

Allersmaborg (Ezinge)

 Direct buiten Ezinge manifesteert het rijk begroeide terrein van de Allersmaborg zich fraai in het landschap. Aan de oever van het Reitdiep, verscholen achter de boomsingels, ligt hier het borggebouw, dat in eerste aanzet uit de 14e eeuw dateert. Aanvankelijk was er sprake van een Allersmaheerd, dat wil zeggen een boerderij van het geslacht Allard. Het later tot de Allersmaborg uitgegroeide complex is in de loop der eeuwen sterk verbouwd.

Het twee verdiepingen hoge woonhuis is 18e eeuws. Het achterhuis met kelder is veel ouder. De laatste adellijke bewoner was jonkheer Reneke Meinard Adriaan de Marees van Swinderen. Hij overleed in 1899. Uiteindelijk werd de gemeente Ezinge in 1946 eigenaar. Maar omdat er weinig geld was voor goed onderhoud raakte het huis in verval. In 1978 kocht Staatsbosbeheer het landgoed voor een gulden. Allersma werd gerestaureerd tot een voorname en degelijke Groninger behuizing. De 19e eeuwse sfeer werd hierbij gehandhaafd. De terreinen buiten de borgtuin zijn eveneens in beheer bij Staatsbosbeheer en zijn vrij toegankelijk.

De familie Allersma gaf haar naam aan deze borg. De eerst genoemde was Duurt Allersma, zijlrechter van Aduarderzijl in 1489 en rechter te Ezinge in 1504. Ook was er in Dode Allersma in 1503 en 1504. Daarna komt er een Sirp Allersma tussen 1525 en 1552 die in de kerk van Ezinge is begraven.

Bij Sirp's dood in 1554 vond een boedelscheiding plaats. Te verdelen was 222 en half grazen land. De beide zoons Cornelis en Duurt kregen Allersma. Cornelis strief in 1556  en werd in de kerk van Feerwerd begraven. Na zijn dood kreeg Duurt de borg Allersma. Met Duurts dood die wel getrouwd was, stierf het geslacht in de mannelijke lijn uit.  Een neef  Sirp Elema erfde 50 grazen land.

De Elema's komen van Uithuizen van de Elemaheerd. Sirp bezat in 1610 twee heerden in Ezinge. Allersma 104 grazen groot, met heerlijkheid, gerechtigheid, huizinge, steen, materialen met hout voor een veehuis. Ook bezat Sirp Hummersmaheerd, 44 à 45 grazen groot, bewoond door een meier. Bovendien verkreeg hij via huwijk met Hillegund Swalve 70 grazen te Feerwerd, luursemaheerd genaamd met gerechtigheid en heerlijkheid. Bij zijn bezit hoorden ook 50 grazen te Uithuizen in de Elemaheerd.

In 1625 stierf Sirp Elema. De boedel bleef onverdeeld wegens minderjarige kinderen. In 1639 was Sirp's zoon Duurt meerderjarig en verkreeg door uitkopen van van andere erfgenamen, Allersma in handen. Duurt bekleedde aanzienlijke functies in het gewestelijk bestuur en het Aduarderzijlvest, ook was hij grietman van Ezinge en Hardeweer. Hij stierf in 1682 zonder kinderen die hem overleefden. De Elema's waren hoofdelingen geen jonkers. Allersma mocht daarom geen borg heten. De erfgenamen van Duurt Elama (=Elema) verkochten hun rechten in 1683 aan dr. Reneke Busch, raadsheer van de stad Groningen, een kleinzoon van een zuster van Sirp en dus een van de erfgenamen.

Reneke was een achterkleinzoon van Hubert du Bois, die na de Bartholomeusnacht (=Massaslachting op protestanten door katholieken in Frankrijk) van 1572 uit Nancy naar de Nederlanden vluchtte. In 1710 verkreeg Renekes dochter Johanna, Allersma. Het is dan 122 en half gras groot, met staande schepperij van Ezinge en Hardeweer, 12 ommegangen in de klauw van 18 in de grietenij (soort gemeente) van Ezinge, 3 ommegangen in de klauw van 13 van Hardeweeer, 3 ommegangen in de grietneij en schepperij van Feerwerd, collatierechten enz.

Na de dood van Johanna kreeg haar zoon Reneke Busch de Marees, raadsheer en later burgemeester van Groningen, Allersma in handen. Hij stierf in 1763 na vele functies te hebben bekleed. Daarna was er weer een dochter als erfgenaam. Johanna getrouwd met Albert Hendrik van Swinderen die ook vele functies bekleedde. In 1802 was Reneke de Marees van Swinderen erfgenaam, die in 1817 in de Nederlandse adel was verheven. Hij overleed in 1848 en zijn oudste kleinzoon Reneke Meinard Adriaan was erfgenaam. Hij was notaris in Ezinge tot zijn dood in 1899. Daarna kwam het goed onder de hamer en notaris J.W.Bolt ging er wonen. In 1946 heeft de gemeente Ezinge het verkregen.

BRON: De Ommelander borgen en steenhuizen, ISBN 90 232 2314 4