Bij Zeerijp zag men regelmatig een mysterieus licht schijnen. Dit is het verhaal van het Riepsterlicht.
Karel de Grote had de Friezen overwonnen. Twaalf heidense rechters moesten hun oeroude wetten op papier zetten. Ze weigerden en Karel bood ze drie keuzes. Gedood worden, hun vrijheid verliezen of in een bootje zonder tuigage de woeste zee op. Ze kozen het laatste. De stroom nam de 12 rechters ver de zee mee op. Toen ze het land niet meer zagen, kwamen ze tot inkeer. Ze vielen op hun knieën en baden tot god. Toen ze opkeken zat er een onbekende man aan het roer. De man stuurde het bootje door de woeste branding aan land met een gouden bijl. Aan land hakte hij met zijn bijl een gat in een graszode waar een zoetwaterbron ontsprong. Hij leerde de 12 rechters hoe ze als christen moesten rechtspreken. Daarna verdween hij spoorloos.
De helmstok van de 13e man vatte vlam en was veranderd in een lichtend baken voor de haven van Zeerijp. Toen de haven verzandde, veranderde dit baken in een zoetwaterbron die later door de duivel werd vergiftigd. Vanaf die tijd brandde er een boosaardig licht dat verdwaalde schippers aan land lokte met fatale gevolgen voor de schippers in de branding. Dit geheimzinnig licht dat nog met grote regelmaat verscheen, heet het Riepster licht.