standards:
xhtml  css

Bierum - Sebastiaankerk

Het wierdendorp Bierum heeft een rechthoekige structuur. Ten zuidoosten van de kerk lag de borg Luinga (de sporen hiervan zijn te zien in het door bomen omringde borgterrein). Een van de bewoners van deze borg is in 1733 begraven (het rouwbord met zijn naam Onno Joachim van Berum hangt in de kerk). De borg werd in 1825 afgebroken.

 

De toren van de kerk voorzien van een zadeldak wordt ondersteund door een steunbeer (daterend uit de 17e - 19e eeuw). Het bijzondere van deze toren is dat deze een kapel met een koepelgewelf heeft op de eerste etage met twee zijruimten. In vaktermen noemt men dit een gereduceerd westwerk. De ingang op de begane grond is eveneens overwelfd en biedt toegang tot wat eens de gevangenis van het dorp Bierum was.

 

De toren is gebouwd in het begin van de 13e eeuw en in het tweede kwart van die eeuw volgde het schip bestaande uit drie traveeën met koepelgewelven (die er uitzien als halve meloentjes als men er van boven op kijkt). Het schip is voornamelijk gemetseld uit baksteen, met hier en daar nog enige tufstenen. Aanvankelijk werd het schip afgesloten met een inspringende apsis, in de 14e eeuw is deze vervangen door een vijfzijdig koor.

 

De stijl van de buitenzijde van het schip (in drie vlakken verdeeld) is overwegend Romaans met hoge zittende ramen in het schip onder een tegen het dak zittend rondboogfries. In de noordwand bevindt zich dicht bij het begin van het koor een klein rond raampje. Hiervoor zijn twee mogelijke verklaringen: 1. het gaat hier om een oculus, dat licht doorliet naar een kastje waarin de hostie werd bewaard, zodat deze beter zichtbaar was. 2. het betreft een zogenaamde hagioscoop; deze diende om geëxcommuniceerden (mensen die buiten de kerkgemeenschap waren gesteld) of ernstige (besmettelijke) zieken van buiten de kerk toch zicht te geven op het altaar.

 

Het gotische koor heeft vier spitsboogramen. In het koor bevinden zich bij de sacramentsnis in de noordwand nog twee wasbekkens boven elkaar: In de bovenste waste de priester zijn handen en de onderste was bestemd voor het reinigen van het altaarmateriaal. In het koor staan een 13e eeuws doopvont van Bentheimer zandsteen (oorspronkelijk afkomstig uit de kerk van Toornwerd) en een 17e eeuwse kansel steunend op een mannetje (herme). De herenbank uit de 18e eeuw draagt de wapens van Cornelis van Maneil en Josina Alberda. Zij schonken ook het orgel dat in 1792 door F.C.Schnitger en H.H.Freytag is gebouwd.

 

Aan de binnenzijde vallen de schilderingen het meest op. In het westelijke gewelf bevindt zich een schildering van St.Sebastiaan (met in zijn hand de pijl die verwijst naar zijn marteldood), de naamgever van de kerk, en St. Gregorius (één van de vier westerse kerkvaders, met een boek en kruisstaf). Op het koorgewelf uit de bouwperiode ervan treffen we aan:

·    Christus de leraar der wereld (Majestas Domini), gezeten op een troon en omringd door de vier evangelistensymbolen: engel (Mattheüs), adelaar (Johannes), rund (Lucas) en stier (Marcus).

·    De kroning van Maria.

·    De Heilige Catharina van Alexandrië met het martelwerktuig (wagenwiel) waarmee men haar wilde ombrengen (dit lukte niet, omdat een engel dit verhinderde, daarom werd zij met het zwaard onthoofd) zij was één van de veertien noodhelpers, die vooral in 14e en 15e eeuw bij rampen als de pest werden aangeroepen.

·    Maria met het Christuskind.