De aan Andreas gewijde kerk van Westeremden ligt boven op de wierde, die ongeveer 5,5 meter boven NAP ligt.
In de vroege Middeleeuwen lag deze wierde midden in de Fivelboezem, die echter reeds in de eerste helft van dertiende eeuw droogviel, doordat het water van de rivier de Fivel op een andere manier de zee wist te bereiken (via het kanaal de Delf). Uit de vondst van een taxushouten staafje (van 12 cm) met daarop een spreuk in runentekens wordt duidelijk dat de wierde reeds in de vroege Middeleeuwen (5e - 8e eeuw) bewoond werd.
De huidige kerk dateert van na 1238 toen de voorganger ervan door nog onbekende oorzaak afbrandde; of er nog stukken van deze kerk terug te vinden zijn in het huidige gebouw blijft onduidelijk. Sommigen menen dat het koor van later datum is dan het schip en dat het schip waarschijnlijk de brand grotendeels heeft overleefd. In ieder geval werd reeds in 1259 de huidige kerk ingewijd; hetgeen reeds wijst op een beperkte herbouw.
Wat we nu nog kunnen zien is het overblijfsel van een oorspronkelijk romanogotische kruiskerk. Sporen van de zuidelijke dwarsarm zijn nog te zien in de buitengevel, waar een deel van een spitsbogige scheiboog in de bakstenen muur zit verwerkt. Men vermoedt dat de beide dwarsarmen van de kerk reeds voor de reformatie zijn afgebroken; dit vanwege het feit dat in de zuidwand ter hoogte van de voormalige dwarsarm twee dichtgemetselde vensters te vinden zijn, die mogelijk als hagioscopen fungeerden. Van de oorspronkelijk romaanse vensters zijn de dichtgemetselde lijsten te vinden in de noordwand.
De lengte van de huidige rechthoekige kerkruimte bedraagt 28.40 m. en de breedte in het schip 10.00 m., en in het koor 10.40 m. De helft van het plafond (aan de westzijde) bestaat uit een horizontale houten zoldering (kerkebeun) uit 1678 en twee traveeën met koepelgewelven (halve meloentjes) aan de oostzijde, waarvan de meest oostelijke door zes ribben in zes delen is verdeeld en de westelijke in acht delen. De 6 ribben van het koorgewelf zijn met bogen aan elkaar verbonden en direct bij de bouw bepleisterd. In het middelpunt van het gewelf is een cirkel met rode en zwarte ranken en lelies uit de eerste helft van de 13e eeuw zichtbaar. Het (oorspronkelijke) vieringgewelf heeft eveneens boogjes tussen de acht ribben en in het midden een cirkel met schildering van een vierpas met leliemotief. Diverse afbeeldingen bevinden zich in de vlakken van het gewelf: (oostzijde) de zondeval (herontdekt in 1926); (zuidzijden) Johannes de doper als boeteprediker met een boek waarop het kruislam, en de H. Laurentius als diaken met in zijn rechterhand het rooster waarop hij werd verbrand en in zijn linker een geldbuidel; (noordzijden) H.Dorothea met een krans van rozen in de linkerhand en H. Barbara met een toren in haar handen.
De westmuur dateert uit 1808 toen de toren werd afgebroken en de kerk werd voorzien van een dakruiter. De koorafsluiting (oostmuur) is rijk versierd met sier metselwerk en bevinden zich in de bovenste laag vier nissen met daar tussen kolonnetten, waar boven vijf driehoekige spaarvelden, en er onder een laag met drie dichtgemetselde ramen. Aan de binnenzijde bevinden zich onder deze ramen twee rondbogige spaarvelden.
. Bij het binnentreden van de kerkruimte passeert men een in 1808 gebouwde muur, die is neergezet ter ondersteuning van de toen geplaatste dakruiter, die de gesloopte toren verving. In de kerk treffen we een vloer aan van oorspronkelijk voornamelijk groen geglazuurde plavuizen. Tussen het schip en het koor bevindt zich een geschilderd koorhek uit halverwege de 17e eeuw. De kansel is uit dezelfde periode en wordt omgeven door een doophek. De herenbank tegenover de kansel is iets ouder, terwijl het overige meubilair dateert uit de 2e helft van de 17e eeuw of nog iets later.
Het orgel is van de hand van de in deze regio bekende Petrus van Oeckelen en werd gebouwd in 1873. Dispostie: Prestant 8; Bourdon 8, Viola da Gamba 8, Prestant 4, Fluit 4, Quintfluit 3, Fluittraverso 8, Octaaf 2 en Terts 2
De wierde van Westeremden is in het begin van de 20ste eeuw voor tweederde afgegraven.
Naast de kerk staat de in de jaren zeventig en tachtig van de 20e eeuw door de schilder Henk Helmantel pastorieboerderij, de Weem.
2006 Bron: Stichting Oude Groninger Kerken, redactie: Eelco Bruinsma (Cheperu). Dit document is gemaakt in het kader van het project: 10 Kerken. Romanogotiek in Groningen
