Rikkerda te Lutjegast

In de klauwboeken van Lutjegast komt Rikkerda voor als Rickerma of Rickerda Oost en West. Van een geslacht Rikkerda is weinig bekend. Wel is in 1320 een landmeter Reynardus Riquarda, maar deze woonde in Oldekerk. Onder Lutjegast komt in 1540 een Wobbe Rikerda voor. Verder ligt in de kerk van Grootegast een Tamme Rickerda begraven die is gestorven in 1619. Een andere Tamme Rickerda wordt in 1628 genoemd zonder woonplaats. Hebben zij op de heerd Rikkerda gewoond?

In 1649 maakte Caspar van Aswede aanspraak op de grietenij (gemeente) en buurrecht vallende op Rickerda Oost en in 1651 op het buurrecht van Rickerda West (wegens de kinderen van zijn overleden broer Borchert). In 1674 wordt Ryckerda bij keerskoop verkocht. Plaats en landerijen waren eerst van wijlen luitenant Conraedt van Aswede, meierwijze in gebruik door Rindert Jansen. Koper van het goed werd dr. Schaick.

In 1675 kwam de heerd aan Bernard Johan Prott, de bekende verdediger van Bourtange in 1672. Prott stichtte er een buitenplaats die ook wel borg genoemd werd. Voor zover zijn militaire loopbaan het toeliet, woonde hij er tot zijn dood in 1703. Zijn wapenbord heeft lang in de kerk van Lutjegast gehangen. Nu is het in bezit van het Groninger Museum. Prott zijn kinderen stierven jong. Het huis kwam aan zijn derde vrouw Cecilia Elisabeth Tamminga, eerder weduwe van Daniel de Hertoghe. Na haar dood in 1718 werd haar zoon Unico Michiel de Hertoghe van Feringa eigenaar, die zich op Rikkerda vestigde. Hij stierf in 1735.

Bij de boedelscheiding van 1743 verkreeg zijn zoon Daniel Onno de heerden Rikkerda en Feringa. Zijn tweede vrouw Anna Habina Tjarda van Starkenborgh, bleef er na de dood van haar man in 1774 wonen. Zij stierf in 1799. Daarna werd van het meubilair en de bijgebouwen inventaris opgemaakt. Als vertrekken worden genoemd een eetzaal, voorhuis, achterkamer, bonte kamer, gele kamer, groene kamer, benedeneetkamer, mangelkamer, benedengang, slaapkamer, bovengang, klein kamertje, keuken, meidenkamer, bibliotheekkamer, zolder, arkeneel, schathuis, klerkkamer, logeerkamer, brouwhuis, koetshuis, melkenkamer, tweede schathuis, dessertkamer, poederkamer, oranjehuis en karnhuis.

Het vererfde in 1799 op de drankzuchtige Edzard Unico de Hertoghe, getrouwd met Alegonda Clant van Hanckema. Hij maakte het zo bont, dat zij zich in 1799 van hem liet scheiden. Ook werd hij onder curatele gesteld. Met hem stierf in 1812 het geslacht de Hertoghe in de mannelijke lijn uit. De boedel bleef onverdeeld, maar zijn nicht Anna Habina Alberda van Menkema woonde er in latere jaren met haar man mr. Hemmo Heileco Nauta.

Op 13 juni 1828 lieten de erfgenamen van Edzard Unico het goed publiek verkopen. Het slot met hoven, lanen, singels, bossen en landerijen, groot ruim 28 bunder, met heerlijkheden en twee gestoelten in de kerk van Lutjegast bracht 8225 gulden op. Koper werd Berend Hayes Harkema, houtkoper te Warfhuizen. Deze heeft het huis blijkbaar laten slopen. Want op 2 juni 1829 wordt door dezelfde erfgenamen ook het recht verkocht om met een trekschuit, varende van Grootegast op Groningen, het hoofddiep van Lukaswolde naar het Hoendiep te bevaren, dan wordt Rikkerda als gesleten (=verkocht) vermeld. Een wandbetimmering uit het koetshuis is overgebracht naar een huis aan de overzijde van de weg, nr 29.

Huidige toestand

Het borgterrein is een hoog vierkant stuk groenland met veel puin en dichtgesmeten kelders. Een brede gracht is er nog omheen. Ook de andere grachten om de vroege hoven en tuinen zijn er nog.

 

BRON: De Ommelander borgen en steenhuizen, ISBN 90 232 2314 4